Basisinformatie over rijangst.

Rijangst kan voortkomen uit  verschillende angststoornissen.

Ik durf niet (overal) te rijden.

Ik durf niet (overal) te rijden.

Wanneer de rijangst voortkomt uit agorafobie dan spreekt men ook wel over verkeersangst omdat deze mensen vaak ook niet met het openbaar vervoer durven te reizen en ze niet met een veerpunt mee durven.

Ook een fobie kan leiden tot rijangst. Voorbeelden hiervan zijn claustrofobie en acrofobie. Door deze angsten is men doodsbang voor bruggen, viaducten en tunnels.

Er bestaat ook zoiets sociale angst. Deze groep met rijangst vind het eng dat men in het verkeer te maken heeft met beoordeelt -en waargenomen worden.

Rijangst kan ook voortkomen uit een obsessieve-compulsieve stoornis. Men heeft dan allerlei rituelen en dwanghandelingen nodig om zich door het verkeer heen te kunnen manoeuvreren.

Ook een PTSS kan leiden tot rijangst. Na een verkeersongeval heeft iedereen wel een tijdje wat schrik in de benen, maar bij een PTSS blijft men het ongeval/trauma herbeleven. Men wordt steeds angstiger en vermijdt de plaats van het ongeval en vaak ook alle situaties die er maar enigszins op lijken.

Onder de ‘overige vormen van rijangst’ worden verstaan: angst om een hyperventilatieaanval te krijgen in de auto, bijrijdersangst, angst om te verdwalen, angst om in de auto last te krijgen van de lichamelijke beperking die men heeft. En tenslotte kan men ook rijangst ontwikkelen omdat men simpelweg te weinig ervaring heeft opgedaan. Vaak heeft men lange tijd niet gereden, totdat men niet meer weet of men het nog wel kan?

Comments are closed.